Nieuw sociaal en fiscaal statuut voor de student-ondernemer

Sinds begin dit jaar kunnen studenten die een zelfstandige activiteit uitoefenen, een eigen statuut van student-zelfstandige aanvragen. De student-ondernemer geniet dan van een voordelige bijdrageregeling en van een eigen fiscaal statuut. Met een beperkt inkomen als zelfstandige, blijft de jonge ondernemer ten laste van zijn ouders.

Om het ondernemerschap voor studenten aantrekkelijker te maken, heeft de regering een nieuw sociaal en fiscaal statuut voor de student-zelfstandige ingevoerd.

De student-zelfstandige moet minstens 18 jaar en hoogstens 25 jaar zijn. Hij/zij moet voor het betrokken school- of academiejaar, in hoofdzaak in een Belgische of een buitenlandse onderwijsinstelling zijn ingeschreven en regelmatig lessen volgen in een onderwijsinstelling met het oog op het behalen van een diploma dat door een bevoegde overheid in België wordt erkend. Door de beroepsbezigheid is hij/zij aan het sociaal statuut der zelfstandigen onderworpen. De jonge ondernemer moet de toepassing van de specifieke regeling uitdrukkelijk aanvragen.

De aanvraag tot onderwerping in de hoedanigheid van student-zelfstandige wordt schriftelijk of elektronisch ingediend bij het sociaal verzekeringsfonds waarbij de aanvrager is aangesloten. Zodra het sociaal verzekeringsfonds beschikt over de aanvraag, het attest van inschrijving en de verklaring van de betrokkene, controleert het voor elk school- of academiejaar de voorwaarden van onderwerping.

Nieuwe specifieke bijdrageregeling

Voor studenten die inkomsten hebben die lager zijn dan de drempel voor de zelfstandigen in hoofdberoep, geldt een gunstige regeling van bijdragen aan het sociaal statuut voor zelfstandigen.

De studenten-zelfstandigen zijn op het deel van hun inkomen dat niet de helft van het minimuminkomen bedraagt op basis waarvan de zelfstandigen in hoofdberoep bijdragen betalen (voor 2017: 13.296,25/2 = 6.648,13 euro) geen enkele bijdrage verschuldigd.

Als hun inkomen die helft wel bereikt, maar lager is dan het bedrag van het minimuminkomen (voor 2017: 13.296,25 euro), betalen de studenten-zelfstandigen een verminderde bijdrage van 21% (20,50% in 2018). De bijdrage wordt berekend op het gedeelte van het inkomen dat de helft van dit minimuminkomen overschrijdt.

De student-zelfstandige die een bijdrage is verschuldigd, is enkel onderworpen aan de regeling voor ziekte- en invaliditeitsverzekering.
Studenten-zelfstandigen die geen bijdragen betalen, blijven in principe rechthebbenden op geneeskundige verzorging van de ziekte- en invaliditeitsverzekering als persoon ten laste. Maar de tijdvakken waarin wordt bijgedragen als student-zelfstandige tellen wel mee voor het vervullen van de wachttijd in het kader van de uitkerings- en moederschapsverzekering voor zelfstandigen en meewerkende echtgenoten.

Zelfde fiscale regeling als voor jobstudenten

Het fiscaal statuut van de student-zelfstandige komt erop neer dat een eerste schijf van zijn inkomsten niet in aanmerking als bestaansmiddel (inkomen) wordt genomen (2.610 euro voor inkomstenjaar 2016). Een vergelijkbare regeling bestaat al voor de inkomsten van jobstudenten (loontrekkenden). Een student die een beperkt inkomen verwerft als zelfstandige, zal zo minder snel niet meer ten laste van zijn ouders zijn.

De bepalingen inzake het fiscaal statuut van de student-zelfstandige zijn van toepassing vanaf aanslagjaar 2018 voor de inkomsten van 2017.

Nieuws

De hoedanigheid van bestuurder van een vennootschap of van een vzw heeft juridische gevolgen. Ook als u die hoedanigheid slechts pro forma heeft of als vriendendienst. Het Hof van Cassatie bevestigt dat elke individuele bestuurder verplicht is toezicht te houden op de medebestuurders, ook al was dat mandaat niet echt zo bedoeld.

Sinds 2014 moeten banken aan het Centraal Aanspreekpunt of “CAP” laten weten wie er allemaal een rekening heeft bij Belgische banken. Dat laat de fiscus toe om, bij een onderzoek, met slechts één vraag aan het CAP, kennis te krijgen van de rekeningen van een belastingplichtige. Het saldo moest niet gecommuniceerd worden. Maar dat is veranderd op 1 januari 2021.

Eind maart 2020, bij de aanvang van de coronacrisis, bood de regering een tijdelijke oplossing voor de algemene vergaderingen van vennootschappen. Enerzijds kregen ze een algemeen uitstel en anderzijds mochten ze de vergaderingen digitaal laten doorgaan. Eind 2020 kwam er een meer definitieve oplossing.