Afschrijvingen na 1 januari 2020

Bij “Hervorming vennootschapsbelasting 2017” denkt u in eerste instantie aan het goede nieuws: de verlaging van het nominale tarief naar 25% (vanaf 2020). De hervorming bevatte echter ook een reeks compenserende maatregelen. De hervorming komt vanaf 2020 op kruissnelheid … de compenserende maatregelen dus ook.

Het normale afschrijvingspercentage

Investeringen moeten afgeschreven worden over hun vermoedelijke gebruiksduur. Er bestaan wel enkele algemeen aanvaarde termijnen maar er is niet zoiets als een officiële tabel die weergeeft over welke termijn een bepaald soort investering moet afgeschreven worden.
Bijvoorbeeld voor wagens wordt 5 jaar meestal wel aanvaard. Hetzelfde voor 30 jaar voor gebouwen. Maar dit staat dus niet in steen gebeiteld. Mits gedegen argumentatie kan u, maar ook de fiscus, een andere termijn hanteren.

Hoe zit het dan met bijkomende kosten?

Voorbeelden van bijkomende kosten zijn de registratierechten op de aankoop van een gebouw, het honorarium van de notaris, installatiekosten, niet-aftrekbare btw, ...
We moeten een onderscheid maken tussen grote vennootschappen en kmo's.

Voor grote vennootschappen geldt als sinds jaar en dag dat deze bijkomende kosten moeten afgeschreven worden aan het zelfde ritme als de investering zelf. Bovendien moet de afschrijving van het eerste jaar pro rata temporis beperkt worden: deed u de investering op 1 maand van het einde van het boekjaar, dan mag u ook maar 1/12de van de jaarlijkse afschrijving effectief in aftrek brengen.

Die regels waren tot nog toe niet van toepassing voor kmo's. Voor bijkomende kosten konden zij kiezen tussen in 1 keer aftrekken, afschrijven over een andere termijn of afschrijven over dezelfde termijn als de investering. Bovendien was er geen beperking pro rata temporis.
Door wat te “spelen” met de datum van een investering kon u de belastbare winst van dat jaar dus sterk beïnvloeden.

Vanaf 1 januari 2020

Voor investeringen vanaf 1 januari 2020 is dat niet meer mogelijk: kmo's kunnen niet langer het ritme van afschrijving vrij bepalen. Ze hebben de keuze tussen afschrijven op hetzelfde ritme als de afschrijving van de investering, of in 1 keer afschrijven.
Bovendien moet voortaan ook voor kmo's de eerste afschrijving beperkt worden in verhouding tot het gedeelte van het boekjaar waarin de vaste activa zijn verkregen of tot stand gebracht.

Noteer wel dat als u de bijkomende kosten afschrijft volgens hetzelfde ritme als de investering zelf, u de bijkomende kosten ook mag meerekenen voor de investeringsaftrek voor die investering. Voor kmo's bedraagt de investeringsaftrek 8%.

Degressief afschrijven

Bij degressief afschrijven bedraagt de eerste afschrijving het dubbele van het normale (lineaire) afschrijvingspercentage. Dat dubbel percentage past u toe op de restwaarde (het lineaire afschrijvingspercentage moet u toepassen op de aanschaffingswaarde) tot de lineaire afschrijving groter is dan het degressieve.

Concreet: uw investering bedraagt 1.000 en u schrijft af op 5 jaar

 

Lineair

Restwaarde

Degressief

Restwaarde

U past toe

Jaar 1

200

800

400 (40% op 1.000)

600

400

Jaar 2

200

600

240 (40% op 600)

360

260

Jaar 3

200

400

144 (40% op 360)

/

200

Jaar 4

200

200

 

 

140

Jaar 5

200

0

 

 

 

 

Vanaf jaar 3 is de lineaire afschrijving groter dan de degressieve en kan u overschakelen naar de lineaire methode.

Met de degressieve afschrijving kan u de termijn waarover u afschrijft dus inkorten. Maar deze mogelijkheid werd door de hervorming vennootschapsbelasting afgeschaft voor alle vennootschappen (klein en groot).
Zelfstandige ondernemers kunnen ze nog blijven gebruiken.

Nieuws

Mag de fiscus de harde schrijf van uw PC kopiëren om diepgaand onderzoek te doen naar uw fiscale toestand of die van derden? Het overkwam een Belgische vennootschap met een Luxemburgse zustervennootschap. De fiscus kopieerde de volledige harde schijf zonder uitdrukkelijke toestemming van de belastingplichtige. De rechtbank vond dat de fiscus te ver gegaan was maar het hof van beroep ziet er geen graten in.

Het nieuwe wetboek van vennootschappen en verenigingen treedt in werking in 3 stappen. We hadden al 1 mei 2019: de grote kuis in de vennootschapsvormen. De derde stap, op 1 januari 2024, is de volledige toepassing van het nieuwe wetboek. En daartussen is er 1 januari 2020. Op die datum worden een aantal “dwingende bepalingen” van kracht. De inkoop van eigen aandelen is er daar één van.

Bij “Hervorming vennootschapsbelasting 2017” denkt u in eerste instantie aan het goede nieuws: de verlaging van het nominale tarief naar 25% (vanaf 2020). De hervorming bevatte echter ook een reeks compenserende maatregelen. De hervorming komt vanaf 2020 op kruissnelheid … de compenserende maatregelen dus ook.