Dividenden: enkel als het kan

Eén van de belangrijke hervormingen uit het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV) is de zogenaamde dubbele uitkeringstest. BV’s en CV’s mogen enkel nog maar dividenden uitkeren als de netto-actieftest en de liquiditeitstest een positief resultaat geven. Voor NV’s geldt enkel de netto-actieftest.

Netto-actieftest

De eerste test is de netto-actieftest: het netto-actief van de vennootschap moet op het ogenblik van de uitkering positief zijn, en mag door de uitkering niet negatief worden.
U berekent het bedrag van het netto-actief op basis van de laatst goedgekeurde jaarrekening van de vennootschap tenzij die bedragen op het ogenblik van de uitkering achterhaald zouden zijn. Als u een uitkering doet uit de winst van het lopende boekjaar, dan moet u zich baseren op de meest recente staat van activa en passiva.
U verhoogt vervolgens de ondergrens nog met het bedrag van het onbeschikbaar gedeelte van het eigen vermogen.
Als uw vennootschap een commissaris heeft, dan moet hij de staat van activa en passiva beoordelen.

Liquiditeitstest

Levert de netto-actieftest een positief resultaat op, dan mag de algemene vergadering beslissen om een dividend uit te keren. Maar de bestuurders mogen pas uitkeren nadat ze de liquiditeitstest hebben uitgevoerd. Daardoor worden de bestuurders dus aansprakelijk als blijkt dat de vennootschap onvoldoende liquiditeiten had voor de uitkering van het dividend.

Immers, met de liquiditeitstest moet de raad van bestuur testen of de vennootschap na de dividenduitkering in staat zal zijn om schulden te voldoen die opeisbaar worden over een periode van minstens 12 maanden. Niet alleen moet er rekening gehouden worden met de schulden die opeisbaar worden, maar ook gebeurtenissen die verder in de toekomst liggen en een invloed zullen hebben op de liquiditeitspositie van de vennootschap, moeten ze al in rekening brengen.
De liquiditeitstest is dus geen simpel rekensommetje. De bestuurders moeten wel vertrekken van de verhouding tussen de vlottende activa en de schulden op korte termijn. Maar daarbovenop moeten ze ook kijken naar de voorzienbare gebeurtenissen in de toekomst.

Het resultaat van de test, en hoe men er toe gekomen is, moet toegelicht worden in een verslag. Dat verslag moet niet gepubliceerd worden maar als er een commissaris is in de vennootschap, dan moet hij/zij het verslag wel beoordelen.

Dividenden en andere uitkeringen

U moet deze testen (laten) uitvoeren, niet alleen bij de uitkering van dividenden. Ze geldt zeker ook al bij de uitkering van tantièmes aan de bestuurders.
De testen zijn eigenlijk verplicht bij om het even welke uitkering aan aandeelhouders. We denken dan bijvoorbeeld aan de inkoop van eigen aandelen en aan de terugbetaling van een inbreng (in geld of in natura) die niet statutair onbeschikbaar werd gesteld.

Negatief resultaat en toch uitkering

Als u, als aandeelhouder beslist een dividend uit te keren niettegenstaande de netto-actieftest negatief was, dan kan de vennootschap de uitgekeerde bedragen simpelweg terugvorderen. Daarbij is het zonder belang of de aandeelhouder van goede trouw was of niet.
Bij uitkering bij een negatieve liquiditeitstest ligt de verantwoordelijkheid bij de bestuurders. Zij kunnen hoofdelijke aansprakelijkheid gehouden worden, in eerste instantie tegenover de vennootschap, maar ook tegenover derden voor alle schade.
Bovendien zijn er ook strafrechtelijke sancties voorzien voor de bestuurders als ze de dubbele uitkeringstest schenden.

Nieuws

Echt uitstel kunnen we het niet noemen: wie zijn jaarrekening te laat neerlegt, zal een bijzondere bijdrage voor laattijdige neerleggingen niet moeten betalen. Maar, u krijgt slechts 2 maanden extra.

Met een circulaire van 14 juli 2020 aanvaardt de fiscus nu ook een forfaitaire thuiswerkvergoeding van 129,48 euro. Daarmee hanteren RSZ en fiscus weer hetzelfde cijfer. Een ruling is niet meer nodig.

In het verleden ondernam de wetgever al meerdere pogingen om via fiscale voordelen de Belgische spaarder te verleiden om te beleggen in aandelen. De twee meest recente initiatieven zijn “tax shelters”. De ene voor startende ondernemingen, de andere voor groeibedrijven. Met de Coronawet III komt er daar een derde bij.